Lezingen van de dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Donderdag 25 Juni : Uit het 2e boek der Koningen 24,8-17.
    on 25 juni 2026 at 20:13

    Jojakin was achttien jaar oud toen hij koning werd. Drie maanden regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Nechusta, de dochter van Elnatan, uit Jeruzalem. Hij deed wat slecht is in de ogen van de Heer, precies zoals zijn vader. Het was in die tijd dat veldheren van koning Nebukadnessar van Babylonië tegen Jeruzalem optrokken en de stad belegerd werd Toen koning Nebukadnessar zelf voor de omsingelde stad verscheen, gaf koning Jojakin van Juda zich samen met zijn moeder, zijn hovelingen, zijn legeraanvoerders en zijn kamerheren aan de koning van Babylonië over; deze nam hem gevangen in het achtste jaar van zijn regering. Nebukadnessar haalde alle schatten weg uit de tempel van de Heer en het koninklijk paleis en haalde alle gouden versieringen los die koning Salomo van Israël in de grote zaal van de tempel had aangebracht, zoals de Heer had voorzegd. Heel Jeruzalem werd in ballingschap weggevoerd: alle legeraanvoerders en alle krijgslieden, tienduizend man, en alle handwerkslieden en smeden; alleen de onaanzienlijksten van het gewone volk bleven achter. Jojakin voerde hij weg naar Babel; ook de moeder van den koning, zijn vrouwen en kamerlingen en de voornaamste burgers voerde hij van Jerusalem in ballingschap naar Babel. Bovendien voerde de koning van Babel alle weerbare mannen, tezamen zevenduizend, en duizend smeden en bankwerkers, allen, die voor de strijd gebruikt konden worden, in ballingschap naar Babel. Ten slotte stelde de koning van Babel Mattanja, een oom van Jojakin, in diens plaats tot koning aan, en veranderde zijn naam in Sidkia.

  • Donderdag 25 Juni : Psalmen 79(78),1-2.3-5.8.9.
    on 25 juni 2026 at 20:13

    God, heidenen zijn in uw erfdeel gedrongen, zij hebben uw heilige tempel ontwijd en maakten uw stad tot een puinhoop. Uw dienaren hebben zij omgebracht, hun lijken liggen als aas voor de vogels, de wilde dieren eten hun vlees. Als water vloeide hun bloed van de muren en niemand was er die hen begroef. Wij wekken de spotlust van onze buren, die rondom ons wonen smalen op ons. Hoelang nog, Heer, blijft Gij eeuwig verbolgen en laat Gij uw gramschap branden als vuur? Laat ons niet boeten voor vroegere zonden, kom met uw barmhartigheid ons tegemoet, want wij zijn maar zwakke mensen. Ach help ons, God van ons heil, om uw Naam, bevrijd ons, vergeef onze zonden, laat niemand zeggen: waar is nu hun God?

  • Donderdag 25 Juni : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 7,21-29.
    on 25 juni 2026 at 20:13

    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is. Velen zullen op die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw Naam duivels uitgedreven en in uw Naam veel wonderen gedaan? Maar dan zal Ik hun onomwonden verklaren: Nooit heb Ik u gekend; gaat weg van Mij, gij die ongerech­tigheid doet! Ieder nu, die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond op gegrondvest op de rots. Maar ieder die deze woorden van Mij hoort, doch er niet naar handelt, kan men vergelijken met een dwaas die zijn huis bouwde op het zand. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest werd.' Toen Jezus deze toespraak geeindigd had, was het volk buiten zichzelf van verbazing over zijn leer. Want Hij onderrichtte niet zoals hun schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit.

  • Donderdag 25 Juni : H. Jean-Marie Vianney
    on 25 juni 2026 at 20:13

    Wereldse mensen, om zich te onttrekken aan de inspanning die nodig is om heiligheid te verwerven — wat hen ongetwijfeld te veel zou hinderen in hun levenswijze — willen u doen geloven dat men, om heilig te worden, opvallende daden moet verrichten, dat men zich moet toeleggen op buitengewone vormen van devotie, grote verstervingen moet omarmen, veel moet vasten, de wereld moet verlaten om zich terug te trekken in de woestijn en daar dag en nacht in gebed door te brengen. Ongetwijfeld is dat zeer goed; het is inderdaad de weg die veel heiligen hebben gevolgd. Maar dat is niet wat God van iedereen vraagt. Nee, dat is niet wat onze heilige godsdienst van ons eist; integendeel, zij zegt: “Sla uw ogen op naar de hemel en zie of allen die daar de eerste plaatsen innemen wonderbaarlijke dingen hebben gedaan. Waar zijn de wonderen van de heilige Maagd, van Johannes de Doper, van Jozef?” Luister: Jezus Christus zelf zegt dat velen op de dag van het oordeel zullen roepen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd? Hebben wij niet demonen uitgedreven en wonderen verricht?” (Mt. 7,22) “Gaat weg van Mij, werkers van ongerechtigheid,” zal de rechtvaardige Rechter antwoorden. “Wat! Jullie hebben de zee bevelen gegeven, en jullie hebben je eigen hartstochten niet kunnen beheersen? Jullie hebben bezetenen van demonen bevrijd, en mijn geboden niet onderhouden?... Ga weg, ellendigen, in het eeuwige vuur; jullie hebben grote dingen gedaan, en niets gedaan om jezelf te redden en mijn liefde te verdienen.” U ziet dus dat heiligheid niet bestaat in het doen van grote dingen, maar in het trouw onderhouden van de geboden van God en het vervullen van de plichten van de staat waarin de goede God ons heeft geplaatst.

  • Woensdag 24 Juni : Uit profeet Jesaja 49,1-6.
    on 25 juni 2026 at 20:13

    Gij eilanden, hoor mij aan, verre volken, luister aandachtig. Al in de schoot van mijn moeder heeft de Heer mij geroepen, nog voor ze mij baarde noemde hij mijn naam. Mijn tong maakte Hij scherp als een zwaard, Hij hield me verborgen in de schaduw van zijn hand; Hij maakte me tot een puntige pijl, Hij stak me weg in zijn pijlkoker. Hij heeft me gezegd: ‘Mijn dienaar ben jij. In jou, Israël, toon ik mijn luister.’ Maar ik zei: ‘Tevergeefs heb ik me afgemat, ik heb al mijn krachten verbruikt, het was voor niets, het heeft geen zin gehad. Maar de Heer zal me recht doen, mijn God zal me belonen.' Toen sprak de Heer, die mij al in de moederschoot gevormd heeft tot zijn dienaar om Jakob naar hem terug te brengen, om Israël rond hem te verzamelen – dat ik aanzien zou genieten bij de Heer en dat mijn God mijn sterkte zou zijn. Hij zei: ‘Dat je mijn dienaar bent om de stammen van Jakob op te richten en de overlevenden van Israël terug te brengen, dat is nog maar het begin. Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt.’