Geschiedenis.

Terug

De spoorlijn Amsterdam-Duitsland ligt ingeklemd binnen het grondgebied van de parochie; ze heeft geleid tot de bouw van deze kerk.
Van de Middeleeuwen tot begin 20ste eeuw vormde katholiek Hilversum één parochie. Door bevolkingsaanwas, juist ten gevolge van die spoorlijn, werd voor een efficiënte zielzorg een tweede parochie noodzakelijk.
Naar goed rooms gebruik zorgde de moederkerk -de St. Vitusparochie- voor de bouw vande dochterkerk. Het geld, dat was overgebleven voor het optrekken van de hoge toren van de Vitus, vormde de basis voor de bouw van deze tweede parochiekerk.
De bisschop van Utrecht, onder wie het Gooi sinds eeuwen ressorteerde, benoemde de sociaal betrokken priester dr. M.J. Schräder tot 'bouwpastoor'. Van de bekende Hilversumse notaris Albertus Perk werd een 'vlakte met hakhout en lage dennen' aangekocht. Daar verrees eerst een noodkerk (..-..-1905), die, hoe practisch, later als school kon worden ingericht. Op 10 mei 1910 werd de eerste steen gelegd voor de eigenlijke kerk. Binnen een jaar (29 januari 1911) werd zij door de parochianen in gebruik genomen.
Bouwmeester was de Deventer architect Wolter te Riele (1867-1937), leerling van de Vitus-architect Pierre Cuijpers. De kerk werd toegewijd aan de moeder van Jezus, Maria als de Onbevlekt Ontvangene. Tijdens de oprichting van de parochie werd het gouden feest gevierd van de afkondiging in 1854 van het desbetreffende dogma.